Een beknopte rasbeschrijving

Een stukje historie over de Pyreneese Berghond

Over de oorsprong van de Pyreneese Berghond (Patou) zijn de meningen verdeeld. De eerste vermelding over het ras stamt uit de late middeleeuwen. In de zeventiende eeuw is de Pyreneese Berghond in de mode geweest. Ten tijde van de Zonnekoning, Lodewijk XIV, en later ook bij Lodewijk XVI en zijn vrouw, Marie-Antoinette, was het ras verbonden aan het Franse hof. Na de Franse Revolutie, eind achttiende eeuw, was het gedaan met de populariteit van het adellijke ras en raakte het tot de tweede helft van de negentiende eeuw zelfs in vergetelheid. Zoals voor ze vele hondenrassen geldt, hebben de beide Wereldoorlogen ook dit ras geen goed gedaan. na de Tweede Wereldoorlog slaagde men er gelukkig toch in om het ras weer op te bouwen.

Gebruik, karakter en kenmerken

De Pyreneese Berghond is een hond die gebruikt werd, en wordt, voor het bewaken en verdedigen der kuddes (in vroegere tijden tegen o.a. wolven en beren). Deze taak volbrengt hij geheel zelfstandig. Ook het beschermen en bewaken van het domein behoorde tot zijn taak.

Uit de rasbeschrijving van de  Pyreneese Berghond blijkt dat het een rustige en intelligente hond met een goed onderscheidingsvermogen tussen goed en kwaad. Voor vreemden kan de Pyreneese Berghond terughoudend zijn, soms zelfs afwijzend.

In de omgang met kinderen is de Pyreneese Berghond gemakkelijk te noemen, maar het blijft alert zijn in de relatie tussen hond-kind.

Bij het ontbreken van een zekere dominantie van de baas kan de Pyreneese Berghond overgaan tot eigen initiatief nemen.

Qua verschijning is het een grote, krachtig gebouwde hond zonder dat dit ten koste gaat van een aristocratische uitstraling.

De vacht is vrij lang met een dichte ondervacht. Aan de staart en rond de hals langer. De kleur van de vacht is geheel wit of wit met bij de aanzet van de staart, het hoofd, op de oren, op het lichaam daskleurige, grijze, licht gele of oranje gekleurde vlekken.

Een wekelijkse borstelbeurt met de juiste kammen en borstels voorkomt klitten en het vervilten van de ondervacht. Tijdens de verharingsperiode is een dagelijkse borstelbeurt aan te bevelen.

Een bijzonder kenmerk van het ras is de verplichte dubbele hubertusklauwen aan de achterbenen.

Een ander kenmerk is dat de staart wordt gekruld tijdens actie, het maken van het wiel (arroundera).

De hoogte van reuen is 70 – 80 cm en voor teven 65 – 75 cm. Het gewicht voor een reu bedraagt ongeveer 55 kg en die van een teef bedraagt ongeveer 45 kg.